Walter Leclair

“Na heel veel stillevens geschilderd te hebben, begon er vaagweg iets te knagen. Wat aanvankelijk een lichte onvrede was, liet ik bewust toe in mezelf om te kunnen zien wat de ware drijfkracht ervan was. En als dan op een gegeven moment een laaiend vuur in je binnenste je er voortdurend van op de hoogte houdt dat je eigenlijk nog niet eens de helft hebt geschilderd van wat je eigenlijk allemaal had willen schilderen. Als de dagdagelijkse hamerslag van oorlogsbeelden op je netvlies je genadeloos met je neus op Malraux’s menselijk tekort drukt. Als diep van binnen de deuren van je innerlijke archief zijn opengewaaid en een schatkist aan verloren gewaande parafernalia zich geopenbaard heeft. Wat doe je dan? Dan schilder je iets helemaal anders. Iets escapistisch. Iets met de snikken en grimlachjes van het fin de siècle van de negentiende eeuw. Iets met de pathetiek van de m’as tu vus van het symbolisme. Iets dat verband houdt met een nog niet verloren gegaan Arcadië. Maar ook, iets met een eigentijdse klankkleur. Met een verwijzing naar de talloze stenen wonderen op onze aarde, die niet kunnen verklaard worden. Of anders gezegd: als de ratio ons de pas afsnijdt om nog langer te geloven in een godheid die ons vanachter de wolken gadeslaat, laat ons dan de nazaten en beschermelingen zijn van een machtige beschaving zonder weerga.”

 U hier ook adverteren?

Muspaneel

blokblok

Beheer je eigen website!

Atelier Brita Seifert

Galerie PicturaGalerie Pictura